De regeling werkt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Wie dus al elektrische trucks of bestelauto’s laadt, kan alsnog inkomsten claimen over de eerste maanden van dit jaar.
Van HBE naar ERE: fundamentele verschuiving
De overstap van de oude HBE-systematiek naar ERE is meer dan een cosmetische wijziging. Waar HBE’s draaiden om het aandeel hernieuwbare energie, focust de nieuwe systematiek op daadwerkelijke CO₂-reductie. Eén emissiereductie-eenheid (ERE) staat voor één kilo vermeden CO₂-uitstoot.
Volgens de Nederlandse Emissieautoriteit sluit dit beter aan bij Europese regelgeving en de wens om emissies meetbaar terug te dringen. Oliemaatschappijen blijven verplicht om hun uitstoot te compenseren, maar kopen voortaan ERE-certificaten in plaats van HBE’s.
Verdienmodel: circa 10 cent per kWh
Voor laadpaalhouders komt dat neer op een vergoeding van grofweg tien cent per geladen kWh. In de praktijk kan dat oplopen tot honderden of zelfs duizenden euro’s per laadpunt per jaar, afhankelijk van het soort voertuig dat je laadt. Wie kan aantonen dat er met zonnestroom wordt geladen, krijgt zelfs een dubbele vergoeding.
Het verdienmodel loopt via zogeheten inboekdienstverleners. Zij registreren de geladen energie in het NEa-register en verhandelen de ERE-certificaten.
De spelregels
Voor ondernemers die al actief waren met HBE’s is de overgang relatief overzichtelijk, maar niet vrijblijvend. De belangrijkste voorwaarden:
- De laadpaalhouder moet contractant zijn van het energiecontract (via de EAN-code)
- De laadpaal moet beschikken over een MID-gecertificeerde meter
- Registratie verloopt via een erkende inboekdienstverlener
- Voor dubbele vergoeding bij zonnestroom is een bruto productiemeter vereist


