Beschadigde stellingstaanders moeten doorgaans worden vervangen. De veiligheid is namelijk in het geding. Steeds meer logistiek dienstverleners met magazijnstellingen kiezen voor het inmiddels erkende uitdeukalternatief van ROS International. Ook in het buitenland is er inmiddels veel belangstelling.
Een willekeurige maar typerende praktijkcase schetst het volgende beeld: in amper twee dagen tijd worden 25 beschadigde stellingstaanders vakkundig gerepareerd door twee ervaren specialisten van ROS International. Daarbij hoeven de stellingen niet te worden ontruimd en gedemonteerd en kan het dagelijkse werk in het dc gewoon doorgaan. Alleen de desbetreffende vloerlocatie moet worden vrijgemaakt voor de reparateurs en hun uitdeukapparatuur en de plek van handeling is omwille van de veiligheid en de reparatieklus even niet bereikbaar voor het warehousepersoneel.
Vergeleken met een conventionele aanpak − waarbij beschadigde stellingstaanders worden vervangen door nieuwe − werkt deze uitdeukmethode vele malen sneller en is daarmee ook duurzamer en goedkoper, vooral als de downtime er nog in wordt verdisconteerd. Echter speelt er ook het probleem van de beschikbaarheid van vervangingsstaanders. In veel distributiecentra en magazijnen zijn in de loop der jaren stellingvelden van meerdere leveranciers opgesteld en het is nog maar de vraag of je alle verschillende vervangingsdelen op tijd op locatie krijgt. Er zijn bovendien ook stellingmerken uit het grijze verleden, waarvoor tegenwoordig bijna geen vervangingsonderdelen meer verkrijgbaar zijn, en dan heb je een groot probleem.

Veiligheidsbewustzijn
Een aanrijding van een zware heftruck met een relatief lichte stellingstaander pakt altijd uit in het nadeel van laatstgenoemde. En een aanrijding komt vaak voor. Met elke deuk verliest de stelling aan draagkracht. Dit gaat lang goed, tot de grens is bereikt en dan stort de hele stelling in elkaar, met alle gevolgen van dien. Alleen de grote catastrofale instortingen − al dan niet met gewonden, of erger – bereiken doorgaans de regionale krant en de aandacht van de Arbo-inspectie. Dat onheil wil niemand over zich afroepen. En ruchtbaarheid wil al helemaal niemand geven aan een ongeval, veroorzaakt door een bezwijkende stelling.
Veel logistieke ondernemingen propageren weliswaar dat ze veiligheid spreekwoordelijk ‘hoog in het vaandel hebben staan’; dat zijn vaak ook de bedrijven die een actief veiligheidsbeleid voeren. Maar ook voor die bedrijven blijft gelden: waar gehakt wordt, vallen spaanders, wat zoveel wil zeggen dat ongevallenschades nooit 100% zijn te voorkomen. Ook daar moet men eerlijk in zijn. Keurmeesters worden in de dagelijkse praktijk regelmatig geconfronteerd met deze aanrijdschades. De keurmeester noteert vervolgens alle door hem geconstateerde beschadigingen en gebreken. Die moeten allemaal eerst worden gerepareerd, voordat er sprake kan zijn van definitieve goedkeuring van een stellingveld.
Preventie
Ondanks alle voorzorgsmaatregelen worden ook na een keuring en reparatie van beschadigde stellingen deze en andere stellingstaanders wederom aangereden door heftrucks, reachtrucks en orderverzameltrucks. Een moment van onachtzaamheid en je zit er met je truck tegenaan. Daarom leggen veel logistiek en warehousemanagers voortdurend de nadruk op het belang van veilig werken met heftrucks en ander rijdend materieel. Voor alles en iedereen geldt: oppassen, beheerst rijden en schades aan stellingen en trucks altijd direct bij het management melden. Alleen zo kan er preventief en correctief worden gehandeld, mits daar geen represailles tegenover staan voor incidentele schaderijders.
Dit geldt echter niet voor notoire schaderijders en chauffeurs die geen melding van een schade doen. Die moeten echt tot de orde worden geroepen. Technische hulpmiddelen, zoals shocksensors en dergelijke, zijn daarbij handige hulpmiddelen, maar niet zaligmakend. Deze registreren achteraf alleen de aanrijding en de vermoedelijke dader, maar bieden op zich geen concrete oplossing voor de oorzaken.

Merkonafhankelijk
Het lijkt voor de hand liggend om stellingen te laten keuren en repareren door de desbetreffende leverancier. Deze kent alle technische specificaties van het desbetreffende stellingmerk en heeft doorgaans ook alle vervangingsdelen op voorraad.
“Toch zijn er ook argumenten om juist voor een merkonafhankelijke keurmeester te kiezen”, zo luidt de mening van Hans Slavenburg van ROS International. Dit voorkomt volgens hem mogelijke belangenverstrengeling met betrekking tot al dan niet noodzakelijke reparaties en kosten. “Tien jaar geleden zijn we begonnen met ons opmerkelijke en gepatenteerde uitdeukprocedé. Aanvankelijk viel de gehele gevestigde orde over me heen met verwijten dat het een slechte en zelfs gevaarlijke reparatiemethode zou zijn. Gaandeweg is het tegendeel bewezen.”
De reparatiemethode is volgens Slavenburg uitvoerig door diverse keuringsinstanties en onafhankelijke onderzoeksbureaus getest, goedgekeurd en erkend. De eindconclusie in alle gevallen was, dat het uitdeuken niet leidt tot enige aantoonbare verzwakking van de oorspronkelijke draagkracht, mits de reparatie niet meer dan 7 keer wordt uitgevoerd op dezelfde stellingstaander. “Hierop hebben wij zelf vrijwillig besloten om nog een extra veiligheidsmarge in te bouwen door een stellingstaander maximaal 3x uit te deuken. Dit wordt op de staander aangemerkt met een moeilijk verwijderbare sticker en nauwgezet door ons administratief gearchiveerd.”


