Jungheinrich heeft een nieuwe generatie hydrodynamische verbrandingsheftrucks onthuld. De bouwseries 3 en 4 uit deze nieuwe range zullen op de CeMAT 2014 ook aan het bezoekende publiek worden getoond.
De verhouding elektrisch aangedreven heftrucks en verbranders ligt in West-Europa respectievelijk rondom 60/40 en is daarmee vrijwel stabiel en uitgebalanceerd. In Nederland − met relatief meer warehousing- en minder productieactiviteiten − ligt deze verhouding rondom 55/45. Daar hebben we wel enkele decennia over gedaan. In de echte groeimarkten Azië, Zuid-Amerika, Afrika en Rusland, waar veel meer productiefaciliteiten met bijbehorende verbranders zijn, ligt het nivelleringstempo beduidend hoger. Zeven jaar geleden bestond het heftruckpark daar nog uit ruim 85% verbrandingsheftrucks en slechts 15% elektrisch; sindsdien is het aandeel verschoven naar respectievelijk 75% verbranders en 25% elektrisch. De omschakeling gaat daar dus in korte tijd heel hard, concludeert ook het Duitse Jungheinrich management tijdens de internationale persintroductie. Daarmee is een duidelijke trend gezet die ongetwijfeld nog zal doorzetten.
Schoner en zuiniger
Ondanks de verschuiving van verbranding naar elektrisch is er voor buitentoepassingen nog relatief veel vraag naar verbranders. In de mondiale groeimarkten zullen hieraan gaandeweg steeds hogere eisen worden gesteld met betrekking tot lagere emissies en brandstofconsumptie. Bovendien moeten deze verbranders dat realiseren zonder al te veel elektronische snufjes en daarbij moeten ze betrouwbaar en onderhoudsarm zijn. Daar speelt Jungheinrich nu bewust op in met de productie en introductie van deze nieuwe zuinige en relatief schone verbrandingsrange voor deze groeimarkten, die overigens ook gewoon wordt vermarkt in West-Europa. Hier is namelijk ook nog steeds een substantiële markt voor dergelijke compacte verbranders, al is deze relatief kleiner.
Kubota industriemotoren
Kenmerkend voor de nieuwe vorkheftruckrange is een 9% lagere brandstofconsumptie ten opzichte van de vorige verbranders uit de DFG/TFG range en met een vrijwel gelijkblijvende hoge productiviteit. Jungheinrich heeft dit onder andere voor elkaar gekregen door de keuze voor een nieuwe efficiënte verbrandingsmotor van het bekende merk Kubota. Daarmee is de oer-Duitse heftruckfabrikant afgestapt van de voorheen toegepaste industriemotoren van landgenoot Volkswagen. Aan deze keuze zullen in de aanbesteding ook bedrijfseconomische motieven ten grondslag hebben gelegen, maar dat blijft voor de buitenwereld giswerk.
Hoe dan ook, Kubota heeft zich (net als Volkswagen) jarenlang als een zeer betrouwbare producent van efficiënte industriemotoren bewezen voor onder andere graaf- en wegenbouwmachines. Deze betrouwbare en efficiënte motoren zijn in afgeslankte vorm nu dan ook voor de nieuwe verbranders van Jungheinrich leverbaar in een diesel (DFG)- en een LPG (TFG)-aangedreven versie. De brandstofbesparing is mede gerealiseerd door het maximumvermogen tot 36,5 kW terug te schroeven, waardoor er in veel markten − waaronder Nederland − geen wettelijke verplichting meer geldt voor een roetfilter op de dieselversie. De nieuwe koppelomvormer en de onderhoudsarme aandrijfas van eigen makelij dragen elk hun steentje bij aan de lagere brandstofconsumptie. Wereldwijd wordt de brandstof alleen maar duurder en in de groeimarkten ontkomt men op termijn niet aan strengere milieueisen. Het lagere brandstofverbruik en het teruggeschroefde vermogen gaan echter niet ten koste van de productiviteit; een trend die overal steeds belangrijker wordt.
Prijsstelling

Over de prijs van de nieuwe verbrandingsrange doet de fabrikant in dit stadium nog geen boekje open; zelfs geen vanaf-prijs voor het basismodel. In tegenstelling tot bijvoorbeeld autofabrikanten zijn veel heftruckproducenten daar traditioneel erg terughoudend in. Een gedeeltelijke verklaring hiervoor ligt in de afnamehoeveelheid door de klant en de daaraan gekoppelde onderhandelingsmarge voor de desbetreffende leverancier. Ondanks dat het economisch nu beter lijkt te gaan, zijn de marges op intern transportmaterieel over de hele linie nog steeds zeer klein. Pas op de komende CeMAT wordt bekendgemaakt wat de prijsstelling van de nieuwe serie wordt, maar Jungheinrich laat nu al wel weten dat deze gunstiger is geprijsd dan de voorganger.
Zichtverbetering
Om nog meer onderscheidend te zijn ten opzichte van de concurrentie in de groeimarkten, heeft Jungheinrich bewust niet beknibbeld op ergonomische aspecten. Die gaan ook daar steeds vaker een bepalende rol spelen. Zo is er voor de chauffeur een opvallende verbetering bereikt met de ontwikkeling van een nieuwe slanke mastconstructie en de verruimde open cabine. De bestuurder wordt vrijwel niet meer gehinderd door zichtverstorende hydrauliekslangen en hefkettingen; deze zijn allemaal netjes in de mastprofielen weggewerkt. Het eindresultaat is dat het zicht rondom tot 85% is verbeterd ten opzichte van de voorganger. De exacte bepaling daarvan is best wel opmerkelijk. De heftruck wordt daartoe in een afgesloten donkere ruimte geplaatst met witte wanden, vloer en plafond. Vervolgens wordt een sterke rondstralende lichtbron in de cabine geplaatst, waardoor er rondom schaduwwerking door alle in het zicht liggende cabine- en mastcomponenten optreedt. Het schaduwoppervlak kan vervolgens exact door een computerprogramma worden berekend.
CeMAT 2014
Tijdens de CeMAT 2014 in Hannover wordt de complete DFG/TFG 316-320 en de DFG/TFG 425-435 range aan het bezoekende internationale publiek getoond. Daarmee zijn hefvermogens beschikbaar vanaf 1,6 tot en met 3,5 ton met hefhoogtes tot maximaal 7,5 meter.
Naast de hydrodynamische verbrandingsmodellen met koppelomvormers introduceert Jungheinrich tijdens deze mondiale beurs ook een nieuwe mastbediening voor al haar hydrostatisch aangedreven verbrandings-heftrucks en voor haar zware elektrische lijn de Duo-Pilot met dubbele onafhankelijke joysticks. Voor de bediening van de mastfuncties van de nieuwe verbrandingsrange staan overigens alleen conventionele hendels ter beschikking. Geavanceerde joysticks en minihendels worden nu nog net als een stap te ver gezien voor de potentiële groeimarkten.


