De zaak begon toen omwonenden van het terrein aan de Bosscheweg klaagden over vermeende bewoning door chauffeurs. De gemeente Laarbeek voerde daarop controles uit en stelde vast dat de aanwezige portocabins enkel werden gebruikt voor sanitaire voorzieningen, terwijl de chauffeurs hun rusttijden in de vrachtwagen doorbrachten. Volgens de rechtbank mocht ook dat niet op een bedrijventerrein, maar de Raad van State vindt het belang van het transportbedrijf zwaarder wegen.
Uitspraak Raad van State
Van Lankveld stelde dat het voor internationaal transport essentieel is dat chauffeurs hun verplichte rust in de cabine kunnen nemen. De Raad van State volgde die redenering en besloot dat het bedrijf voorlopig mag doorgaan met de huidige praktijk. De gemeente hoeft in afwachting van de definitieve uitspraak geen handhavende stappen te ondernemen.
Volgens de voorzieningenrechter zijn de gevolgen voor de klagende buurman beperkt, omdat zijn perceel niet direct aan het terrein grenst. De voorlopige maatregel blijft van kracht tot de Raad van State de zaak inhoudelijk behandelt, vermoedelijk volgend jaar.
De uitspraak is van belang voor de hele transportsector, waarin cabineovernachting voor internationale chauffeurs een gangbare praktijk is — en regelmatig onderwerp van discussie over regelgeving en lokale handhaving.


