De wet beperkt onder meer het gebruik van nulurencontracten. Deze oproepcontracten mogen straks alleen nog worden ingezet voor scholieren, studenten en AOW-gerechtigden. Daarnaast krijgen uitzendkrachten recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers in vaste dienst.
Ketenregeling op de schop
Ook verandert de zogenoemde ‘ketenregeling’. Werkgevers mogen een werknemer na drie tijdelijke contracten pas na drie jaar opnieuw een tijdelijk contract aanbieden. Nu is die tussenperiode nog korter. Het kabinet wil daarmee voorkomen dat werknemers langdurig in flexconstructies blijven hangen.
Ingrijpen minister
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid krijgt bovendien meer mogelijkheden om in te grijpen wanneer verschillen tussen uitzendkrachten en vaste medewerkers binnen sectoren of cao’s te groot worden.
De plannen vloeien voort uit afspraken die kabinet, werkgevers en vakbonden al in 2023 maakten naar aanleiding van aanbevelingen van de commissie-Borstlap. Die commissie concludeerde eerder dat de Nederlandse arbeidsmarkt te afhankelijk is geworden van flexibele arbeid en dat dit de economische weerbaarheid onder druk zet.
Cijfers flexwerkers
Nederland telt binnen Europa relatief veel flexwerkers en zzp’ers. Volgens cijfers die bij het wetsvoorstel zijn aangehaald, bestaat circa 22 procent van de werkenden uit tijdelijke werknemers. Daarmee ligt Nederland aanzienlijk boven het Europese gemiddelde.
Voordat de wet daadwerkelijk ingaat, moet ook de Eerste Kamer nog instemmen met het voorstel.


