Magazijnautomatisering

Johannes Meißner maakt sinds begin 2020 deel uit van de directie van WITRON. Hij is afgestudeerd als ingenieur in telecommunicatietechniek en werkt al meer dan 30 jaar in de IT-sector van het bedrijf uit Oberpfalz. Betekent de aanstelling van een IT-manager in de directie een wijziging van de strategie voor WITRON?

Een IT-manager als nieuwe CEO – luidt uw aanstelling nieuwe tijden in voor WITRON, minder nadruk op hardware, meer op software?

Meißner: Ik was verantwoordelijk voor de IT, maar ik ben ook afgestudeerd als ingenieur in telecommunicatietechniek. We blijven dus dicht bij de hardware (lacht). Serieus: In het verleden waren we heel erg op de hardware gericht. In het begin ontwikkelden we zelf de besturing. Onze eigen focus verschuift enigszins van de hardware, maar we mogen het contact daarmee en ons begrip ervan niet verliezen. IT is geen doel op zich. We moeten onszelf altijd afvragen waarom we bepaalde toepassingen bouwen en hoe de interactie met de fysica eruit ziet. In het publieke debat krijgen IT-“hypes” vaak alle aandacht. We hebben echter geconstateerd dat veel bedrijven minder klantgericht worden. 

Dus alles blijft bij het oude?

Meißner: Ondanks de besproken veranderingen in onze ontwikkelprioriteiten, staan we midden in de herijking van onze IT-structuren. We werken aan nieuwe gebruikersinterfaces, investeren in bruikbaarheid, passen web-interfaces toe, bouwen platforms en maken gebruik van cloud-diensten. Het is belangrijk dat we dit samen doen met onze klanten. Bijvoorbeeld: Mijn eerste project was in de Verenigde Staten, meer dan 20 jaar geleden. We hebben toen een warehouse-managementsysteem ontwikkeld dat nu nog steeds gebruikt wordt op meer dan 40 locaties. We hebben het systeem voortdurend onderhouden en gemoderniseerd. In de toekomst zal het waarschijnlijk in een privé-cloud draaien. 

Terug naar de hardware. In de afgelopen maanden heeft WITRON gekozen voor plc’s van Beckhoff. Waarom was dat?

Meißner: We zien toekomst in besturingssystemen op PC-basis. We krijgen een open ontwikkelomgeving en we kunnen gebruik maken van onze softwareontwikkelingen. 

De IT- en besturingswereld komen dichter bij elkaar. Zijn high-level programmeertalen ook in besturingstechnologie de toekomst?

Meißner: De grenzen tussen deze vakgebieden vervagen. De plc stuurt gegevens naar de cloud. IT, kantoor en werkvloer zijn afhankelijk van elkaar. High-level programmeertalen en docking-webtoepassingen worden daarom steeds belangrijker. Deze zijn ook flexibeler. Bovendien leiden universiteiten hun studenten in het algemeen niet op voor software-ontwikkeling op basis van de IEC 61131-norm. Deze programmeervorm zal niet verdwijnen, maar high-level programmeertalen worden steeds belangrijker in onze besturingssystemen. 

Welke programmeertalen gebruikt u bij WITRON?

Meißner: C++, C# met .NET en talen voor webapplicaties en mobiele toepassingen, bijvoorbeeld Xamarin/REACT. Maar ook databasetalen als PL/SQL zijn erg belangrijk.

Gebruikt u open source software?

Meißner: Onze huidige strategie is om WITRON-toepassingen verder open te maken voor de buitenwereld door extra connectiviteit. We zetten op dit moment de eerste stappen. We overleggen over nieuwe toepassingen, met name in ons end-to-end platform, om deelnemers in de toeleveringsketen te voorzien van geschikte toegangs- en besturingsmogelijkheden. We willen in de toekomst bijvoorbeeld Micro Services beschikbaar stellen aan de winkels. Dit maakt tegelijkertijd ons werk in het distributiecentrum gemakkelijker.

Een veelbesproken onderwerp op het gebied van IT in distributiecentra is middleware, vooral als er verschillende aanbieders zijn in het magazijn. Waarom is het zo moeilijk voor WITRON en andere aanbieders om interfaces te ontwikkelen?

Meißner: Het probleem is dat sommige klanten zelf aan de middleware willen sleutelen. Als we middleware hebben die alleen maar koppelingen tussen systemen maakt, dan werkt dat in het algemeen goed. Maar deze middleware krijgt vaak extra functies en logica. Hierdoor wordt deze vaak verwarrend of zelfs chaotisch. Veel gebruikers moeten dan drie systemen onderhouden: ons systeem, het systeem van de concurrent en de middleware. We moeten eerst nauwkeurig de processen definiëren voor het maken en gebruiken van interfaces. Maar de verschillende partijen bespreken deze onderwerpen onvoldoende met de eindgebruiker. Het resultaat is wildgroei. Uit mijn ervaring blijkt: als je verschillende systemen naast elkaar gebruikt, zelfs via flexibele middleware, dan benut de gebruiker de systemen toch niet optimaal. 

Ik begrijp het niet helemaal – u wilt dat de leveranciers van uw componenten, bijvoorbeeld Beckhoff, Lenze en Sick, open interfaces hebben. Maar u bent zelf als intralogistiek-expert terughoudend met open interfaces?

Meißner: Ja, dat klopt. In de komende jaren komen we tot open systemen, bieden we interfaces, onder andere om toepassingen van de toeleveringsketen toegang te geven. Het toverwoord is platform. Maar u moet ook bedenken dat WITRON het magazijn vaak technisch beheert en bedient. De ervaringen uit de technische en operationele werkzaamheden vloeien rechtstreeks terug in onze toepassingen zodat we het systeem en de bedrijfsvoering verder kunnen optimaliseren. Deze trend zal zich verder doorzetten.

Maar de klant wil gegevens.

Meißner: Ja, dat is een ingewikkeld onderwerp. We moeten de verschillende niveaus van de toeleveringsketen onderling verbinden. We hebben meer connectiviteit nodig en moeten gegevens uitwisselen via MQTT/RESTful http voor besturing en analyse. 

Tekst: WITRON

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven