Retailers kunnen hun logistieke prestaties verbeteren als ze beter gebruikmaken van de aanwezige informatie in de organisatie of keten. Dat is de overtuiging van Vanderlande, Ortec, Centric en Slimstock, die samen een white paper hebben uitgebracht onder de titel ‘Integreren, Synchroniseren en Optimaliseren’.
De grootste uitdaging voor retailers bestaat eruit om in elke winkel exact de juiste hoeveelheid artikelen neer te leggen. Als er te weinig ligt en het schap leeg raakt, leidt dat tot gemiste omzet. Ligt er te veel, dan moeten die artikelen uiteindelijk worden afgeprijsd, teruggestuurd of weggegooid.
Retailers steken daarom veel tijd in het voorspellen van de vraag (forecasting), maar laten na om die informatie ook voor andere processen in de logistieke keten te gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan het beleveren van winkels. Sectoren met een hoge omloopsnelheid zoals supermarktketens hanteren daarvoor een vast rittenschema. Dat betekent dat elke winkel op een vast moment in de week wordt beleverd, terwijl de daadwerkelijke volumes per winkel en per week flink kunnen verschillen. Door meer rekening te houden met de vraagvoorspelling, is het mogelijk om de beschikbare transportcapaciteit beter te benutten. Ook de inzet van winkelpersoneel kan worden geoptimaliseerd door beter gebruik te maken van forecast informatie.
Geïntegreerd voorraadbeheer
Retailers laten ook kansen liggen om de logistieke prestaties in hun dc’s te verbeteren. Dat begint al bij voorraadbeheer. Er zijn namelijk nog altijd retailers die de voorraad in een dc proberen te optimaliseren zonder naar de voorraden in de rest van de keten te kijken. Zij kijken alleen naar de hoeveelheid producten die vanuit dit dc naar de winkels wordt verstuurd en berekenen op basis daarvan hoeveel ze zelf in de stellingen moeten neerleggen. Ze houden geen rekening met de voorraden in de winkels en in andere dc’s, laat staan met forecast informatie.
De oplossing is geïntegreerd voorraadbeheer. Wie voorziet wat hij morgen verkoopt, weet – afhankelijk van leverschema’s en levertijden – wat hij vandaag aan zijn winkels moet leveren, gisteren in het dc had moeten ontvangen en eergisteren bij zijn leveranciers had moeten bestellen. Door de verkoopgegevens van de verschillende winkels te aggregeren (samenvoegen tot één geheel), ontstaat, samen met de informatie over de huidige voorraadniveaus, een beeld van de voorraad die in het dc moet liggen om de schappen in de winkels afdoende aan te vullen.
Dat beeld is echter nog geen garantie dat in het dc daadwerkelijk genoeg voorraad ligt. Als een leverancier te laat of onjuist levert, is de kans groot dat dat leidt tot lege schappen en gemiste verkoopkansen. Met andere woorden: de prestaties van leveranciers hebben een grote impact op het succes van retailers. Wie die prestaties wil verbeteren, moet met leveranciers afspraken maken over een strak bestel- en leverschema, het delen van informatie en het meten van prestaties.
Tactische warehouseplanning
Een ander probleem is dat op dc-niveau maar beperkt inzicht bestaat in de omvang van de ingaande en uitgaande goederenstromen. Dc-managers weten wat ze vandaag aan volumes moeten verwerken en hebben misschien een idee wat hen morgen en overmorgen te wachten staat, maar daarmee houdt het vaak op. Als ze verder vooruitkijken, kunnen ze de inzet van resources zoals medewerkers, magazijntrucks, picklocaties, vierkante meters en docks beter daarop afstemmen. Misschien zijn ze zelfs in staat om de ingaande en uitgaande stromen bij te sturen en daardoor bijvoorbeeld pieken in de werklast af te vlakken.
Een module voor tactische warehouseplanning kan uitkomst bieden. In een dergelijke module wordt informatie over de verwachte verkopen in winkels gecombineerd met prognoses van inkooporders en met inzicht in de aanvoerketens uit bijvoorbeeld het Verre Oosten. Dat biedt de mogelijkheid containers die in Rotterdam zijn gearriveerd af te roepen op momenten dat het uitkomt, of om zendingen van leveranciers te vervroegen als een piek in de goederenontvangst dreigt te ontstaan. Retailers met meerdere dc’s kunnen dankzij deze module de beschikbare capaciteit beter benutten door bijvoorbeeld sommige winkels tijdelijk vanuit een ander regionaal dc te beleveren.
Een ander aandachtspunt is slotting, ofwel het toewijzen van artikelen aan picklocaties. Met een goede slotting is het mogelijk om de loopafstanden van orderpickers drastisch te verkorten, bijvoorbeeld door snellopers zo dicht mogelijk bij de expeditievloer te leggen. Veel retailers gaan daarbij echter af op historische in plaats van toekomstige verkoopcijfers. Wat vandaag een langzaamloper is, kan morgen dankzij een actie opeens een snelloper zijn. In dergelijke situaties kan het lonend zijn om het bewuste artikel te verplaatsen van een picklocatie achterin naar een picklocatie voorin het dc. Dan moet het voordeel dat orderpickers daarvan ondervinden echter wel opwegen tegen de extra inspanning die de verplaatsing vergt.

Operatie optimaliseren
De whitepaper bestaat uit maar liefst 28 pagina’s met in totaal 10 terreinen waarop retailers kansen laten liggen. Andere aandachtspunten zijn de automatische opslag- en orderverzamelsystemen die door steeds meer retailers worden gebruikt. Vaak zijn deze systemen echter maar voor een deel van het assortiment geschikt, wat betekent dat in de meeste dc’s verschillende opslag- en orderverzamelsystemen naast elkaar worden gebruikt. Met name in de onderlinge afstemming tussen deze systemen en eventuele andere, manuele processen zijn verbeteringen mogelijk.
Tot slot gaat de whitepaper ook in op de mogelijkheden om personeelsplanning in het dc te optimaliseren. Met name de grote variatie in werklast is soms een uitdaging. Ook hier geldt net als bij alle andere verbeterpunten dat retailers hun prestaties kunnen verbeteren door beter gebruik te maken van informatie in andere systemen. Pas als retailers erin slagen om systemen te integreren en daardoor processen te synchroniseren, kunnen ze hun operatie optimaliseren.


