Betrouwbaarheid, onderhoudsarm, gebruiksvriendelijk, efficiënt: dat zijn de doelen waarop de ontwikkelafdelingen van printerfabrikanten zich al een tijdje richten. Nieuw in dat rijtje is duurzaamheid, getuige de opkomst van linerless printen. Door labels zonder rugpapier te gebruiken wordt onder meer een berg afval voorkomen. Deze printers passen dan ook prima bij het thema van CeMAT 2011: ‘sustainability in intralogistics’.
Sneller hoeven ze niet te worden, de labelprinters die in warehouses en distributiecentra worden gebruikt. De meeste printers kunnen vandaag de dag moeiteloos zo’n 300 millimeter per seconde printen, voldoende om in één minuut een sliert uit te draaien met 60 A5-labels, het formaat waarop de SSCC-labels (serial shipping container codes) worden afgedrukt. In 9 van de 10 warehouses is een printsnelheid van 200 millimeter per seconde echter al ruimschoots voldoende, zeker als de labels toch handmatig op pallets of dozen worden geplakt.
De inspanningen van printerfabrikanten richten zich dan ook niet zozeer op het sneller maken van printers, maar op het gebruiksvriendelijker en onderhoudsarmer maken van de apparaten. Printers moeten zo lang mogelijk hun werk doen zonder dat menselijk ingrijpen is vereist. En als menselijk ingrijpen dan toch noodzakelijk is, moet dat niet langer duren dan nodig is.
Totale kosten
Dat printers voor een belangrijk deel uit slijtdelen bestaan, is onvermijdelijk. Ook al proberen fabrikanten het aantal verschillende bewegende delen te verminderen, ze blijven nodig om de rol met labels af te wikkelen en de printkop en het label bij elkaar te brengen. “Het wordt steeds eenvoudiger om die slijtdelen te vervangen zonder dat extra gereedschap nodig is”, stelt Wim Kromhout, productspecialist op het gebied van labeling bij De Koningh Coding & Labeling, een importeur van verschillende merken printers.
Een andere ontwikkeling betreft het formaat van de rollen. Veel machines zijn gebouwd om rollen met een diameter van 300 millimeter te kunnen verwerken. “Maar als je machine een roldiameter van 400 millimeter aankan, kun je bijna het dubbele aantal labels plakken voordat de rol vervangen hoeft te worden”, vertelt Geert Jan Kolkhuis Tanke, global product manager van Avery Dennison, dat zowel printers als labels fabriceert.
Kolkhuis Tanke praat over ‘total applied cost’: niet alleen de aanschafkosten van een printer zijn van belang, maar de totale kosten die een bedrijf moet maken om een label te printen en te plakken. Dat betreft dus ook onderhoudskosten, verbruikskosten, afschrijvingskosten enzovoort. Focus op de total applied cost maakt de weg vrij voor alternatieve financieringsvormen, denk aan huren of leasen van printers of een prijs per label. “Dat is niet interessant als je maar duizend labels per jaar print, maar wel bij hele grote hoeveelheden”, aldus Kolkhuis Tanke.
Centraal beheer
In het kader van gebruiksgemak signaleert printerfabrikant Zebra een groeiende interesse in mobiele printers, ook in het warehouse. Een mobiele printer op een heftruck of zelfs aan een broekband voorkomt veelvuldig heen en weer lopen naar een vaste printeropstelling. “Bovendien is de kans op fouten iets kleiner. Als 10 operators in een warehouse tegelijkertijd een opdracht aan één printer geven, bestaat de kans dat de verkeerde operator met het verkeerde label aan de haal gaat”, stelt Norbert Terlouw, countrymanager Benelux van Zebra.
Als het aantal printers toeneemt, groeit de behoefte aan een slim en centraal beheersysteem. Waar staat welke printer? Hoe staat het met de voorraad labels in het apparaat? Wanneer is onderhoud nodig. De meeste bedrijven die printoplossingen implementeren, beschikken over dergelijke systemen. “Het is bijvoorbeeld mogelijk om het systeem een email te laten sturen als een bepaalde printer aandacht vereist”, vertelt Kromhout.
Met een dergelijk beheersysteem is het ook mogelijk om logbestanden aan te maken, waarin staat wanneer wat geprint is en op welke doos of pallet dat label is geprint. “In verband met tracking & tracing is het belangrijk om zeker te weten dat niet het verkeerde label op de verkeerde doos is geplakt”, aldus Kolkhuis Tanke.
2D en RFID

Alle leveranciers van printers en printoplossingen signaleren een toenemende belangstelling voor 2D-barcodes. Pakketvervoerders hadden de voordelen van de 2D-barcode al eerder ontdekt, maar nu wordt deze code ook in de farmacie gebruikt. In bedrijven met printers van een paar jaar oud kan dat problemen opleveren. “Die printers beschikken mogelijk nog niet over het font voor 2D-barcodes. Dat moet je er dus inzetten, en bij de ene printer gaat dat gemakkelijker dan bij de andere”, weet Kromhout.
Voor de fabrikanten van nieuwe printers zoals Zebra leveren de 2D-barcodes geen grote problemen op, verklaart Terlouw: “Dat betekent dat we de software moeten aanpassen, niet de printer zelf.” Het printen van RFID-labels vormt wel een technische uitdaging. Een probleem met deze technologie is dat voor het lezen of schrijven van informatie op een chip een bepaalde afstand tussen de labels nodig is om te voorkomen dat de verkeerde chip wordt gelezen of beschreven. Zebra heeft nu een nieuwe printer ontwikkeld waarmee het mogelijk is om de afstand tussen twee labels te verkleinen tot 16 millimeter. “Dat maakt nieuwe toepassingen mogelijk. Bovendien passen er meer labels op een rol”, vertelt Terlouw.
Naast Zebra signaleert ook Avery Dennison een toenemende belangstelling voor RFID-printers, bijvoorbeeld in de kledingindustrie. “We leveren steeds meer machines die alvast zijn voorbereid op implementatie van RFID”, ‘weet Allerd Teunissen, sales manager Benelux bij Avery Dennison.
Zonder rugpapier
Uit het oogpunt van duurzaamheid neemt de belangstelling voor ‘linerless’ technologieën sterk toe. Linerless betekent dat labels geen rugpapier (liner) meer hebben, maar net als tape op een rol zijn gewikkeld. Dat voorkomt niet alleen een enorme berg afval, maar zorgt er ook voor dat ongeveer twee keer zoveel labels op een rol passen.
Niet elk apparaat is echter geschikt voor linerless printen. In tegenstelling tot conventionele labels moeten de labels in linerless printers net als bij tape op maat worden gesneden. Dat betekent dat het apparaat met een snijmes moet zijn uitgerust. “De investeringskosten zijn daardoor iets hoger, maar de transportkosten van labels en de afvalberg zijn lager”, vertelt Kromhout.
Nadeel is dat linerless printers vooralsnog meer onderhoud vergen. De rol die het label tegen de printkop aandrukt en het snijmes komen nu rechtstreeks in contact met de lijmlaag. Dat leidt tot lijmafzettingen, die weer voor storingen kunnen zorgen. “Wij zijn echter nog steeds bezig om deze technologie te verbeteren. Wij kunnen inmiddels een linerness printer leveren met een vrij hoge bedrijfszekerheid”, stelt Terlouw van Zebra.
Ook Avery Dennison steekt tijd en geld in de ontwikkeling van linerless technologie. Daarbij wordt vooral gekeken naar mogelijkheden om de nadelen van de huidige linerless toepassingen te elimineren. Naar verwachting komen de nieuwe ontwikkelingen nog dit jaar op de markt.


