Europees Hof zet streep door terugkeerplicht vrachtwagens

wegvervoer kosten

Het Europees Hof van Justitie heeft de verplichte terugkeer van trucks naar hun operationele basis om de acht weken ongeldig verklaard. Dit was een onderdeel van het Mobiliteitspakket dat de EU in 2020 had aangenomen.

Het Hof oordeelde dat het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie niet over voldoende informatie beschikten om de proportionaliteit van deze maatregel adequaat te beoordelen. Dit betekent dat transportondernemingen hun vrachtwagens niet langer verplicht naar het land van vestiging hoeven terug te sturen, een maatregel die vooral voor bedrijven uit perifere lidstaten zoals Polen en Litouwen een zware last vormde.

De terugkeerplicht was een van de omstreden onderdelen van het Mobiliteitspakket, dat in 2020 werd ingevoerd om de arbeidsomstandigheden van chauffeurs te verbeteren en de concurrentie in de transportsector eerlijker te maken. Zeven lidstaten – Litouwen, Bulgarije, Roemenië, Cyprus, Hongarije, Malta en Polen – stapten naar de rechter om bezwaar te maken tegen verschillende onderdelen van het pakket, waaronder de terugkeerplicht. 

In november 2023 adviseerde advocaat-generaal Giovanni Pitruzzella van het Europese Hof van Justitie al om de terugkeerplicht voor trucks af te schaffen.

Deze landen betoogden dat de maatregel onevenredig veel impact had op transportbedrijven uit Oost-Europa, die vaak internationale ritten uitvoeren in andere delen van de EU. Het verplicht terugsturen van trucks naar hun thuisland zou leiden tot extra kosten en meer CO2-uitstoot, een punt dat tegen de milieudoelen van de EU in zou gaan. Bovendien is de terugkeerplicht voor zowel trucks alsook die van chauffeurs amper te handhaven, zo zei ILT al in oktober 2022 in de TTM.nl Talk over het Mobiliteitspakket.

Andere maatregelen blijven

Hoewel de terugkeerplicht is geschrapt, heeft het Hof de overige maatregelen van het Mobiliteitspakket in stand gehouden. Dit betekent dat andere bepalingen, zoals het verbod voor chauffeurs om hun wekelijkse rust in de vrachtwagen door te brengen en de verplichte terugkeer van chauffeurs naar hun thuisbasis om de drie of vier weken, nog steeds van kracht blijven. Ook blijft de regel staan dat transporteurs vier dagen moeten wachten na een cabotagerit, voordat ze weer een nieuwe cabotagerit in hetzelfde land mogen uitvoeren.

Daarnaast bevestigde het Hof dat chauffeurs die cabotage- of ‘cross trade’-operaties uitvoeren (transport tussen twee landen waar het transportbedrijf niet gevestigd is) onder de regels voor gedetacheerde werknemers vallen. Dit houdt in dat zij recht hebben op dezelfde arbeidsvoorwaarden als lokale chauffeurs, inclusief loon en arbeidsomstandigheden

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.