De maatschappelijke reactie laat niet lang op zich wachten. Op sociale media klinkt het verwijt dat “bij een beetje sneeuw heel Nederland vastloopt”. Logistieke hoofdrolspelers als NS, ProRail, KLM en Schiphol worden weggezet als slecht voorbereid. “In landen als Zwitserland of Polen valt meer sneeuw en daar lijkt het wél te werken,” is een veelgehoorde vergelijking.
Tegelijkertijd is nuance nodig. Want zoals logistieke experts benadrukken: “Het is makkelijker om van buitenaf te oordelen dan om een complex systeem daadwerkelijk te doorgronden.” Die gedachte sluit aan bij het bekende Dunning-Kruger-effect, waarbij een gebrek aan detailkennis leidt tot oversimplificatie. De vraag is dus niet alleen óf het misgaat, maar vooral waarom.
Strategisch ontwerp: keuzes met gevolgen
Logistieke prestaties worden bepaald op verschillende niveaus. Op strategisch niveau gaat het om het ontwerp van het systeem en de doelen die men nastreeft. Organisaties willen tegelijk hoge kwaliteit, snelheid, betrouwbaarheid, flexibiliteit en duurzaamheid leveren, tegen zo laag mogelijke kosten. “Die zes doelen zijn niet allemaal tegelijk te maximaliseren,” luidt een kernprincipe uit de logistiek. Elke keuze impliceert een trade-off.
Die keuzes liggen vast in het langetermijnontwerp. “Je kunt niet ineens extra opslagtanks voor de-icing vloeistof neerzetten omdat het sneeuwt,” geldt net zo goed voor Schiphol als voor andere infrastructuren. Hetzelfde geldt voor het spoor: wisselverwarming of extra redundantie vraagt jarenlange investeringen, geen ad-hocoplossingen.
Ook de marktcontext speelt een rol. Een Zwitserse of Poolse reiziger gebruikt misschien dezelfde dienst, maar in een andere omgeving en met andere verwachtingen. “Een andere markt leidt tot een ander ontwerp, en dus tot andere prestaties,” is een fundamentele logistieke wetmatigheid.
Tactisch niveau: efficiëntie versus robuustheid
Op tactisch niveau wordt die spanning zichtbaar in de dagelijkse planning. Het Nederlandse spoor kent een hoge bezettingsgraad, met veel treinen die dicht op elkaar rijden. Dat is efficiënt, maar kwetsbaar. “Hoge variabiliteit in combinatie met een hoge bezettingsgraad leidt vrijwel altijd tot wachtrijen,” stellen logistieke theorieën.
In de praktijk betekent dit dat het systeem uitstekend functioneert zolang alles volgens plan verloopt. Maar bij verstoringen, zoals winterweer, lopen vertragingen snel op. Alternatieven bestaan, zoals een winterdienstregeling met minder treinen. “Maar dan daalt de capaciteit en groeit de ontevredenheid van reizigers,” waardoor ook hier geen ideale oplossing bestaat.
Operationeel: voorraad onder druk
Op operationeel niveau zijn de strategische en tactische keuzes een gegeven. Dat beperkt de ruimte om snel bij te sturen, zeker bij voorraadbeheer. Opslagcapaciteit is eindig en voorraadhoogtes zijn het resultaat van afwegingen tussen kosten en servicegraad.

Bij de-icing vloeistof spelen meerdere motieven tegelijk. Er is het transactiemotief – volle tankers zijn goedkoper – het voorzorgsmotief, met veiligheidsvoorraden voor onverwachte pieken, en het speculatiemotief, waarbij extra voorraad wordt aangehouden voor extreme omstandigheden. “Juist die combinatie maakt voorraadbeheer complex,” zeggen supplychain-specialisten.
Daarom kiest Schiphol niet alleen voor voorraad, maar ook voor sterke relaties met leveranciers, onder meer in Duitsland. Het idee is helder: extra leveren wanneer dat nodig is. Precies daar ging het deze winter mis. Tijdens de piekvraag ontstonden transportproblemen bij de producent. “Tot overmaat van ramp vielen die samen met de hoogste vraag,” zo viel te horen. Pas later konden alternatieve vervoersmiddelen deels soelaas bieden.
Reflectie in plaats van verontwaardiging
Alles bij elkaar opgeteld is het te eenvoudig om te spreken van prutswerk of falend leiderschap. “Logistiek is geen kwestie van één knop omzetten,” maar van bewuste keuzes binnen harde beperkingen. Dat betekent niet dat verbetering onmogelijk is, wel dat elke maatregel nieuwe consequenties heeft.
De gebeurtenissen roepen wel een legitieme vraag op: zijn de gemaakte keuzes, met de kennis van nu, nog steeds de juiste? In een wereld die steeds volatieler, complexer en onzekerder wordt, zijn extreme situaties geen uitzondering meer. “Misschien is deze hectische start van 2026 daarom minder een bewijs van falen en meer een aanleiding om opnieuw te kijken naar de weerbaarheid en wendbaarheid van onze logistieke systemen en daar structureel lering uit te trekken.”


