Marktnieuws

Flexibiliteit is voor veel logistieke operaties van cruciaal belang. Maar wat betekent die flexibiliteit eigenlijk voor de organisaties, medewerkers en de toeleveringsketen? Uit onderzoek van Jorieke Manders van het Fontys Internationaal Logistiek Expertisecentrum blijkt dat managers en medewerkers de flexibiliteit vooral inzetten vanuit functioneel en organisatorisch perspectief, afhankelijk van hun functie, contacten en directe relaties.

Ondanks gedeelde visies en gezamenlijk opgestelde doelen ontbreekt het ketenperspectief in de dagelijkse praktijk, schrijft Manders in haar proefschrift ‘Supply Chain Flexibility, a myth or reality’. Er wordt binnen de supply chain bijvoorbeeld nog vaak gewerkt met tegengestelde ‘Key Performance Indicatoren’, die de concurrentie bevorderen en samenwerking verminderen.

Door meer aandacht te schenken aan de belangen en het gedrag van organisaties en mensen kan het potentieel van de keten beter worden benut in het streven naar flexibiliteit, aldus Manders, die haar proefschrift vrijdag verdedigt.

Inzicht in gedrag van management, medewerkers en partners

Het proefschrift laat zien dat de een gezamenlijke focus in de praktijk vaak afwezig is. De realiteit is dat supply chain-leden voornamelijk handelen vanuit een opportunistisch perspectief. Flexibiliteit wordt dan gebruikt om de prestaties van hun eigen organisatie(onderdeel) te behouden of te verbeteren. Wordt er al verder gekeken, dan kijkt men ten hoogste één schakel verder in de keten.

Manders: “Het potentieel van flexibiliteit van de supply chain om het functioneren en de concurrentiepositie te verbeteren, wordt dan ook zeer zeker niet benut. Met een kanttekening: flexibiliteit is niet altijd noodzakelijk.”

Beter inzicht, bijvoorbeeld in de gezamenlijke belangen, kan binnen de keten tot andere beslissingen leiden. Zo zouden zaken beter vooraf geregeld kunnen worden waardoor een afweging tussen de kosten van flexibiliteit achteraf en acties vooraf mogelijk is. Daarnaast kan het delen van informatie ervoor zorgen dat op bepaalde momenten minder op flexibiliteit hoeft te worden ingezet als nu het geval is.  

Flexibiliteit in theorie en praktijk

Ook in de literatuur is er nog geen overeenstemming over de definitie en het concept ‘supply chain-flexibiliteit’. Manders maakt in haar proefschrift daarom onderscheid tussen het gebruik van flexibiliteit(sdimensies) in de supply chain en supply chain-flexibiliteit. Supply chain-flexibiliteit is het vermogen van de supply chain om te reageren op onzekerheid in de omgeving en te voldoen aan de toenemende variëteit van klantverwachtingen, zonder buitensporige kosten, tijd, organisatorische verstoringen of verliezen.

Supply chain-flexibiliteit kent dertig flexibiliteitsdimensies die belangrijk zijn voor de ketenorganisaties die betrokken zijn bij het onderzoek. Welke dimensies in aanmerking worden genomen en wanneer ze worden geïmplementeerd, verschilt per organisatie en ook in de tijd.

Manders: “Flexibiliteit in de supply chain is geen realiteit of mythe in de zin van een wijdverbreid gedragen, maar valse opvatting of geloof. Op basis van het onderzoek blijft het vooralsnog een idealistisch concept. Organisaties proberen wel op te treden als een gecoördineerde, op elkaar afgestemde supply chain-entiteit in hun streven naar supply chain-flexibiliteit. Desondanks komen organisaties, management en medewerkers vaak niet verder dan een interorganisatorisch (vaak dyadisch) perspectief binnen hun flexibiliteitsbesluitvorming.”

Inschrijven nieuwsbrief

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven